|
WMO-adviesraad Lisse
ISD: Een gehandicapte mag geen eigen auto rijden
De ISD-Bollenstreek zegt het niet met zoveel woorden, maar de praktijk van de beschikkingen op aanvragen
voor een auto-aanpassing wijzen duidelijk in die richting.
Ook de meest simpele auto-aanpassing zoals handbesturing wordt niet toegewezen, omdat men vindt dat de gehandicapte met de Service-taxi kan en helemaal niet buiten de regio hoeft te komen. Hoewel de WMO tot doel heeft de gehandicapten zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren in de maatschappij, heeft de ISD daar geen boodschap aan. Het merkwaardige feit doet zich voor dat de verordening-WMO auto-aanpassingen niet uitsluit, en daartoe hebben de gemeenteraden van de ISD-gemeenten in de Bollenstreek besloten, maar in de praktijk wordt die keuze niet gemaakt en kiest de ISD altijd voor de Service-taxi. Ook als de gehandicapte de meeste vervoersbehoefte buiten de regio heeft en met een eigen aangepaste auto het beste uit de voeten kan. De reactie luidt dan dat de ISD buiten de regio geen zorgplicht heeft.
Uit de lokale bladen heeft men kunnen vernemen dat het de ISD bekend is dat die Service-Taxi
het helemaal niet zo goed doet als zou moeten. Hij komt te vroeg of te laat, of soms helemaal
niet. Als je er op bent aangewezen om bijvoorbeeld een activiteit in de Beukenhof te bezoeken
is het verschillende keren voorgekomen dat men er een half uur te laat arriveert en al weer
een half uur voor de afgesproken tijd wordt opgehaald. Diverse mensen hebben het dan ook maar
opgegeven en gaan helemaal niet meer naar die activiteiten.
Een winkel bezoeken met de Service-Taxi is helemaal een ramp gezien de wachttijden. Volgens de WMO moet de aanvrager keuzevrijheid hebben over de wijze waarop hij in zijn vervoersbehoefte wordt voorzien. De ISD geeft die keuzevrijheid echter niet. Men kent slechts de Service-Taxi als enige voorziening. Het gevolg is dat de gehandicapte de keuze heeft tussen achter de geraniums te blijven zitten of zelf in de buidel te tasten om de deur uit te kunnen. Is dit wat wij als burgers voor onze gehandicapte medeburgers over hebben? Nico Valstar Secretaris Platform Gehandicaptenbeleid Lisse Uit de woensdagkrant van 22 juli 2009
Lissese cliënten minder tevreden over WMO
LISSE - Het resultaat van het tevredenheidsonderzoek 2008 over de
Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), dat onder 400 Lissese
clienten bij de ISD is gehouden, is iets minder positief dan het
onderzoek van 2007. "Over de hele linie is het wat minder dan de vorige keer",
aldus wethouder Adri de Roon.
door Arie In 't Veld De wethouder zegt dat dit vermoedelijk is toe te schrijven aan de wisselingen, die in die periode hebben plaatsgevonden, zoals onder andere bij het collectief vervoer en veranderingen in het hulp bij het huishouden. "Maar de ISD zal zich uiteraard richten op het verbeteren van de punten, die nu wat minder zijn", laat de Lissese wethouder weten. Voor de toegankelijkheid van de ondersteuning gaven de ondervraagden een 6,5. Dat was een jaar eerder een 7,5. Voor het hulp bij het huishouden werd een 7,9 toegekend, hetgeen even hoog is als het gemiddelde bij gemeenten van gelijke grootte als Lisse, maar toch nog altijd minder dan het jaar er
voor, want toen bedroeg het
cijfer 8,2. Het meest tevreden (94 procent) is men over de planning
van de hulp, maar men is minder tevreden (76 procent) over de
vervanging bij afwezigheid van de hulp. Het gemiddelde cijfer voor
de voorzieningen zoals rolstoelen, scootmobielen en
woonvoorzieningen is in Lisse 7,5 waarmee men hier iets uitsteekt boven het
gemiddelde van de vergelijkbare gemeenten. Niet erg tevreden is
42 procent over de huiskostenvergoeding en het cijfer dat de Lissese
cliënten gaven voor het collectief vervoer is 6,2, dat daarmee een
halve punt lager ligt dan dat van vergelijkbare gemeenten. 36
procent van degenen die de formulieren ingevuld terugstuurden, liet
weten wel eens van de WMO-raad gehoord te hebben en 65 procent
daarvan is tevreden over de mate waarin deze raad opkomt voor
het belang van de cliënten. Voor de meeste cliënten (93 procent)
voldoet de ondersteuning aan de verwachtingen. Ook zijn ze
positief over de mate waarin de ondersteuning helpt bij het
zelfstandig wonen en meedoen aan de maatschappij. Voor 11 procent
is dit overigens nauwelijks of in het geheel niet het geval.
|