|
WMO-adviesraad Lisse Algemene opmerkingen WMO-adviesraad Lisse
Allereerst valt op dat bij vrijwel alle partijen er weinig aandacht is voor onze doelgroep. Er zijn wel partijen die een redelijke opsomming geven, zoals D66 en het CDA, maar de algemene tendens is toch dat men het wel goed vindt zoals het gaat. Het is natuurlijk ook makkelijk voor de politiek als een belangrijke taak is uitbesteed aan een gemeenschappelijke regeling zoals de ISD Bollenstreek. Men gaat er echter aan voorbij dat die instelling in feite alleen maar een uitvoerende instantie is voor de diverse Bollenstreekgemeentes. De wethouders van de respectievelijke gemeentes moeten zelf het beleid maken voor de ISD. Vervolgens mag de raad daarover kritische vragen stellen, en daaraan tenslotte wel of niet haar goedkeuring geven. Maar ook daarna is het de taak van de gemeentes de uitvoering van het beleid door de ISD kritisch te blijven volgen. Dat punt komt in de diverse verkiezingsprogramma's onvoldoende naar voren.
Inmiddels is het jaarverslag van de vertrouwenspersoon over zijn eerste jaar van functioneren uitgekomen. Daaruit blijkt, dat er nog het nodige moet gebeuren voordat "maatwerk en menselijke maat" het stuk van de wethouder, werkelijkheid wordt. Juist dit rapport van de wethouder zou eigenlijk voor iedere zichzelf respecterende politieke partij uitgangspunt moeten zijn voor een verantwoord menselijk en sociaal beleid. De vertrouwenspersoon kon niet zeggen of de kring van mensen die hij sprak representatief is, maar de negatieve geluiden waren wel ernstig en eenduidig. Daarom doet hij in zijn verslag een aantal zeer duidelijke suggesties voor verbetering. Suggesties die wij als WMO-adviesraad duidelijk onderschrijven. Daarnaast zouden wij graag zien, dat ook de gemeenteraad daarin haar controlerende functie serieus neemt. Dat betekent dat zij kritisch zullen moeten volgen of de uitvoering van deze suggesties leidt tot een betere relatie met de cliënt, zoals de vertrouwenspersoon gesteld heeft. De vertrouwenspersoon stelt aan het eind van zijn rapport: "mijn vertrouwen is dat de suggesties tot discussie zullen leiden en worden onderzocht op uitvoerbaarheid om uiteindelijk in het staande beleid te worden ingepast". Daar sluiten wij ons graag bij aan en wij hopen dat het ook zeer zeker zal gelden voor alle politieke partijen. Anders dan de politieke partijen is de WMO-adviesraad en ook de Seniorenraad wel actief geweest, waaruit bovenstaande acties, het stuk van de wethouder en de aanstelling van de vertrouwenspersoon zijn voortgevloeid. Het heeft even geduurd, maar het begint vruchten af te werpen. De nieuwe directeur van de ISD heeft zelf een spreekuur ingesteld en roept cliënten op met hem persoonlijk contact op te nemen voor een gesprek. Daarmee kan vaak de voor cliënten moeilijke weg naar de klachtencommissie voorkomen worden. Daarnaast is hij voorstander van het Bredase model, waarbij indicaties zoveel mogelijk bij de cliënten thuis plaatsvinden. Met huisbezoek krijgt men een reëler en duidelijker beeld van de situatie, dan door een telefonische indicatie. Dan ziet men ook eerder wat de werkelijke vraag achter de hulpvraag is. Soms blijkt dan bij huisbezoek dat cliënten met veel beperkingen meer hulp nodig hebben. Soms blijkt ook dat cliënten eigenlijk teveel hulp krijgen in verhouding tot hun beperkingen. Daarnaast zou de directeur de afwikkeling van een indicatieaanvraag graag in een kortere periode afhandelen voor de cliënt. Nu staat daar 6 tot 8 weken voor, en men kan bij het Bredase model zien hoe het anders zou kunnen. Een aantal ISD-consulenten werkte al op een positieve manier volgens het rapport "menselijke maat en maatwerk". Helaas gold dat niet voor alle consulenten. Zij verscholen zich te vaak achter regels, protocollen, beslisbomen en de wet, waarbij de menselijke maat en maatwerk vergeten werd. Daarom is het belangrijk dat de consulenten nu cursussen volgen in de omgang met cliënten. Zij leren dan beter door te vragen om een zo goed mogelijke indicatie te kunnen stellen en vervolgens de menselijke maat een plaats te geven. Daarnaast volgen ook 4 personen van het management een cursus mediation. Één en ander leidt tot een "win-win situatie" voor zowel tevreden cliënten, als ook minder klachten over en meer arbeidsvreugde voor de consulenten, die de indicatie stellen. Veel (oudere) cliënten vergeten wanneer hun indicatie voor hulp bij het huishouden afloopt. Vervolgens moet er dan weer een nieuwe indicatie aangevraagd worden, wat 6 tot 8 weken duurt. De regel is, dat men daar als cliënt zelf voor verantwoordelijk is. Maar de praktijk is weerbarstiger, en meestal wordt het vergeten. Mede op aandringen van de Seniorenraad komt daar nu verandering in. Het voorstel is de cliënten ongeveer 2 maanden voor de afloop van de indicatie een brief te sturen met een vragenlijst. Er is dan genoeg tijd voor een vervolgaanvraag en de hulp kan zonder onderbreking doorgaan. Voor bovenstaande activiteiten is echter wel een uitbreiding van personeel noodzakelijk. De aanvraag voor meer personeel wordt dan ook bij de diverse gemeenten neergelegd, die uiteindelijk voor de nodige gelden moeten zorgen. De WMO-adviesraad verzoekt dan ook de diverse plaatselijke politieke partijen deze noodzakelijke personeelsuitbreiding te honoreren. Dan gaan we de goede kant op. Blijft nog de wens tot een wijziging in de samenstelling van de hoorcommissie, waarvoor men moet verschijnen, wanneer men bezwaar maakt tegen een beschikking. Thans is die samengesteld uit alleen maar juristen. Ook hierin zou de menselijke maat welkom zijn. |